Een mooie zomerse dag


Lucette M. Faber

Het leuke van af-en-toe-bezoekjes aan de tuin is, dat je de verschillen zo duidelijk ziet tussen het ene en het andere bezoek.

Als ik binnenkom, is het eerste wat mijn oog treft, een berg afgeknipte goudsbloem-bloemen: ach, ik heb ze niet eens zien bloeien en nu liggen ze hier al weer mooi te sterven op een composthoop! Een verlopen tijd, veel gemiste momenten, en ook een sprongetje voorwaarts.

Meer sprongetjes in de tijd beleef ik bij het prachtige lathyrus-klimrek van Annie. Wat een geduld zit daarin, het spannen van de draden, het precies uitmeten, het zaaien langs de regels...

Een paar weken geleden stonden er kleine, kwetsbare plantjes die nog een paar meter omhoog moesten kijken langs hun draden, nu waren deze al als stuiterende tieners tot halverwege omhoog geklommen, daarbij hun eerste zachtroze bloemen tonend.

Ik zag betoverende papavers, netjes in een tuin gezaaid op een rij, maar ook stoute planten die tussen de paden opgeschoten waren en uitdagend stonden te bloeien: ik sta hier alleen, doe niet mee met de eerst en kijk eens, ben ik niet hééél erg mooi??!

En ja, de papaver somniferum, de echte slaapbol, behoort tot wel tot mijn juni-lievelingen. Het grijzig-blauwe blad waar een vettig laagje over lijkt te liggen en dat zich krult als andijvie, de stijve stengel met de nauwe knop waaruit zich de bloem ontvouwt, kreukelig, dan gladgestreken door de zon, de bloeiende schoonheid met het diepe hart.

Tot slot, na een al te korte bloei, de prachtig gevormde zaaddoos die je 's winters zo mooi in bloemstukken kunt verwerken. Of in inkt dopen en er blank papier mee bestempelen in steeds nieuwe patronen.

Maar niet denken aan de zaden, die zachte slaap maar ook verslaving kunnen brengen en niet te beschrijven veel leed. Over tegenstellingen gesproken...


Nee, dan de braam, die ik even verder langs een pad zag bloeien. De braam lijkt wel geschapen  om iedereen een genoegen te doen: de bijen en hommels om van zijn nektar te snoepen, de vogels om binnen zijn puntige ranken te schuilen en nesten te bouwen en ook nog de mens, die hij – als er geen vogels zijn om ze als wintervitamines naar binnen te slokken –  van zijn bramen laat meegenieten. O, daar staat maar een kleine prijs tegenover: je moet de ranken wél binnen de perken houden en dat kost wat krassen op de armen tijdens de snoei.

Maarten 't Hart toonde in zijn serie 'Maarten's Moestuin' hoe de ranken via ondergrondse wortelstokken verder kruipen, onder hekken en andere wortelsystemen door, en hoe je ze als jonge plant moet aanpakken vóór ze alles overwoekeren. Anderzijds: in een van de afleveringen van 'Springwatch', die fantastisch mooie en leerrijke serie op de BBC in juni, werd verteld dat in één bramenbos wel tien verschillende vogelsoorten zitten te broeden, vooral kleine zangvogels. Als Doornroosjes in hun betoverde dichtgegroeide paleisjes zitten ze op hun eieren en broeden er veilig de jongen uit.

Twee hoeraatjes dus voor de bramen, die op verschillende plekken stonden  te bloeien. Misschien wel doornloze bramen: goed voor de mens maar iets minder veilig voor de vogels?


Het was een mooie ochtend in de Brinkhoektuin. Nu ik dit schrijf zijn we al weer twee weken verder, de bloemen en de groenten, het fruit en de bomen hebben mijn verhaal alweer verder gesponnen. Even heb ik een momentje in hun tijd vastgehouden, voor als ze er niet meer zijn.